BKR en AVG – bezwaar en verzoek gegevenswissing (toch) mogelijk

Door: Cora Blaak-Looij

Veel consumenten staan geregistreerd bij het BKR, simpelweg omdat je een lening hebt of kunt rood staan bij de bank. Van zo’n (neutrale) registratie heb je doorgaans geen last. Dat wordt anders, als er allerlei bijzonderheidscoderingen bij geplaatst worden – bijvoorbeeld omdat je een betalingsachterstand hebt of omdat je een betalingsregeling afsluit. Dat bemoeilijkt het krijgen van een nieuwe lening, zoals een hypotheek. Kun je in zo’n geval de instelling die de registratie bij het BKR gedaan heeft vragen die registratie (vroegtijdig) te verwijderen? Kun je daarvoor een van de rechten uit de AVG inroepen?

Dat was tot voor kort niet helemaal duidelijk – lagere rechters oordeelden er verschillend over. Of het kan, hangt er namelijk van af op basis van welke AVG-verwerkingsgrond kredietinstellingen (denk aan banken, hypotheekverstrekkers, leasemaatschappijen, aanbieders van consumptief krediet) mochten overgaan tot registratie van persoonsgegevens in het systeem van de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR). Nu de Hoge Raad hier op 3 december 2021 uitspraak over gedaan heeft, is er een einde gekomen aan die onduidelijkheid.

Ja, het recht van bezwaar en het recht van gegevenswissing zijn ook van toepassing op BKR-registraties.

Achtergrond BKR-registratie

Het doel van een BKR-registratie met codering(en) is het waarschuwen van kredietverleners tegen personen met een problematisch kredietverleden. Verder heeft een registratie als doel om de betrokkene (bijvoorbeeld een koper die een hypotheekschuld wil aangaan) te beschermen tegen het lichtvaardig maken van nieuwe schulden. Zo’n BKR-registratie is vijf jaar zichtbaar voor personen en/of bedrijven aan wie die gegevens verstrekt mogen worden. Dit is allemaal om te voorkomen dat er in die periode nieuwe problematische schulden ontstaan.

Voorzieningenrechter stelde vragen aan de Hoge Raad

Vanwege onduidelijkheid over de juridische grondslag waarop deze BKR-registraties worden gedaan, heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam een aantal prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad (ECLI:NL:RBAMS:2021:174). Dit zijn rechtsvragen die aan de hoogste rechtsprekende instantie van Nederland worden gesteld over de uitleg van rechtsregels. Er zijn een viertal vragen geformuleerd:

  1. Moet de verwerking van concrete persoonsgegevens door een kredietinstelling, door middel van een individuele registratie in het systeem van BKR, worden getoetst aan het bepaalde in artikel 6 lid 1, aanhef en onder c, AVG, of aan artikel 6 lid 1, aanhef en onder f, AVG, of aan beide bepalingen?
  2. Betekent het antwoord op vraag 1:
    1. Dat aan degene van wie de persoonsgegevens zijn geregistreerd, geen beroep toekomst op het recht van gegevenswissing als bedoeld in artikel 17 AVG?
    2. Dat aan diegene geen recht van bezwaar toekomt als bedoeld in artikel 21 AVG?
  3. Indien het antwoord op vraag 2b meebrengt dat bij een BKR-registratie geen recht van bezwaar als bedoeld in artikel 21 AVG bestaat, leidt dat er dan toe dat artikel 35 UAVG in de gerechtelijke procedure tot verwijdering van die registratie geen rol speelt?

De Hoge Raad heeft als volgt geantwoord op de gestelde vragen.

“Het antwoord op de eerste prejudiciële vraag luidt dat art. 6 lid 1, aanhef en onder c, AVG niet kan dienen als grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens in het CKI van het BKR en dat die verwerking moet worden getoetst aan het bepaalde in art. 6 lid 1, aanhef en onder f, AVG.

Het antwoord op de tweede prejudiciële vraag luidt dan ook dat aan de betrokkene van wie persoonsgegevens zijn geregistreerd bij het BKR (a) het recht op gegevenswissing toekomt als bedoeld in art. 17 AVG en (b) dat die betrokkene het recht van bezwaar toekomt als bedoeld in art. 21 AVG.

De derde prejudiciële vraag neemt tot uitgangspunt dat bij een BKR-registratie geen recht van bezwaar als bedoeld in art. 21 AVG bestaat. Omdat uit de beantwoording van de tweede vraag volgt dat bij een BKR-registratie wel een zodanig recht van bezwaar bestaat, komt de Hoge Raad aan de beantwoording van deze vraag niet toe.”

Kortom

De Hoge Raad oordeelt dat de verwerking van de BKR-registraties gebaseerd is op de grondslag “behartiging van een gerechtvaardigd belang” (sub f) en niet op de grondslag “wettelijke plicht” (sub c). Het gevolg hiervan is dat de betrokkene van wie persoonsgegevens zijn geregistreerd beschikt over het recht op bezwaar en het recht op gegevenswissing conform de artikelen 17 en 21 van de AVG. Dat zou niet het geval zijn geweest als de BKR-registraties zijn gegrond op een ‘wettelijke plicht’, want in dat geval zouden deze rechten van betrokkenen niet van toepassing zijn. Nu dus wel, en dat betekent dat je een AVG-verzoek kunt indienen om een BKR-registratie te laten corrigeren. Of zo’n verzoek wordt gehonoreerd, zal afhangen van alle omstandigheden van het geval.

Aan dit blog werkte mee: Lotte Vermare, stagiaire

Mr. B. (Benne) van Leeuwen
Er liggen kansen in iedere lastige situatie
Mr. J.A. (Jeroen) de Waard
Maatwerk zonder ballast
Mw. Mr. V.J.C. (Vanessa) Pieters
Persoonlijke zaken vragen om een luisterend oor
Mw. Mr. J.J. (Cora) Blaak-Looij BA
Oplossingsgericht, niet denkend in problemen
Mr. J.A.M. (Jos) de Kerf
Uw advocaat, voor dienstverlening op maat!
Mw. Mr. W. (Wendy) van der Sande
Grensverleggend, voor de beste oplossing
Mr. J.S.W. (Jan-Willem) van Vossen
Creëren en identificeren van kansen